Het effect van deportatie op kinderen in oorlogsromans
Oorlogsroman
In veel oorlogsromans is de hoofdpersoon een volwassene die al gevormd is door de oorlog of deelneemt aan het verzet. Maar wat als de oorlog door de ogen van een kind wordt gezien? Hoe beïnvloedt verdrijving, deportatie of onderduiken een jonge geest, een gezin, een gemeenschap?
De roman Het kaartje van Bernard van Abelike Janssens (september 2025) vertelt hoe de tienjarige Bernard van Dam in augustus 1942 een briefkaartje uit een trein werpt op weg naar Auschwitz: “Beste Jan en Roelie, we zitten in de trein en gaan heel ver weg. Tot ziens jongens. Groeten van Pa en Moe en jongens, Bernard.” De roman reconstrueert hoe een jong leven abrupt verandert, hoe ouders worden verscheurd en hoe een gemeenschap geconfronteerd wordt met het verdwijnen van een kind.
Het verhaal is gebaseerd op ware feiten en leest als roman. Door het perspectief van Bernard wordt de lezer uitgenodigd om niet alleen de historische grootschalige deportaties te bekijken, maar ook het persoonlijke verlies: de vriendjes, het huis, het laatste briefje. Het maakt de oorlog menselijk en tastbaar.

